De X is niet niks

Mega Man XHoe vaak komt het voor dat een videogame bij de eerste poging al nagenoeg perfect is? De voorbeelden liggen niet bepaald voor het oprapen, maar Mega Man X is zeker zo’n geval. Na jarenlang sleutelen aan de formule op de NES was het meteen raak op de Super NES.

Mega Man X was ten tijde van release een heuse verademing. Capcom leek op de NES en GameBoy content om steeds dezelfde formule te herkauwen, wat resulteerde in elf nagenoeg dezelfde games. Hier zaten wel degelijk games van opmerkelijk hoge kwaliteit tussen, maar er bleef ook altijd een gevoel van gemakzucht aan de serie kleven. Itereren op hetzelfde idee is prima, maar je kan ook je doel voorbijstreven.

Op de Super NES kon men het natuurlijk niet maken om alweer die 8-bit assets te hergebruiken. Met een verdubbeling van het aantal bits van de processor kwamen ook hogere verwachtingen, iets waar games als Super Castlevania IV, Contra III en Super Ghouls ’n Ghosts eerder al handig op inspeelden.

Capcom kon deze trend van complexere games niet negeren en besloot om met Mega Man X een iets oudere doelgroep aan te spreken. De game introduceerde X, een zelfdenkende robot die zo geavanceerd is dat zijn maker hem voor de zekerheid in een ondergrondse capsule had weggestopt. X wordt herontdekt door ene Dr. Cain, die zo onder de indruk is van zijn vondst dat hij replica’s begint te maken.

Mega Man X

Deze zogenaamde Reploids werken lange tijd goed, totdat ze op een gegeven moment in opstand komen. Cain probeert dit probleem te onderdrukken met zijn sterkste creatie Sigma, maar deze ontketende juist een oorlog in de naam der Mavericks – robots die zich afzetten tegen de mensheid. Het is nu aan X en zijn compagnon Zero om voor eens en altijd af te rekenen met de Mavericks.

Typerend voor een Mega Man game is dat deze robots in een setje van acht komen, elk met hun eigen level en een specifieke zwakte. Deze keer nemen de bazen allemaal de gedaante aan van een dier, waardoor de game breekt met de langlopende traditie om robotische mannen naar een object te vernoemen. Wel ben je nog steeds vrij om zelf de volgorde waarin je ze verslaat te bepalen.

De keuze om de bazen op mensachtige dieren te baseren vind ik filosofisch gezien wel interessant. Koos de duidelijk menselijke Sigma bewust voor dierlijke handlangers omdat dieren traditioneel onderworpen zijn door de mensheid? Niks helpt je doel zo goed als een beetje symbolisme en Sigma lijkt me wel het soort dictator die op deze manier een statement wilt maken.

Maar goed, wat de achterliggende gedachte voor deze nieuwe lading bazen ook is, ze zijn erg goed ontworpen. Namen als Chill Pinguin, Boomer Kuwanger en Flame Mammoth komen een beetje sukkelig over, maar ze zien er toepasselijk indrukwekkend uit. De Super NES komt op dit punt goed voor de dag, want de bazen barsten van kleur en detail, en sommigen zijn ook erg groot.

Mega Man X

De meest in het oog springende baas is natuurlijk Storm Eagle, die met zijn brede vleugels en grote klauwen je er fijntjes aan herinnert dat je die Super NES niet voor niks hebt gekocht. Launch Octopus mag er ook wezen met wiebelende tentakels en een langwerpig hoofd, om nog maar te zwijgen over de vreemde Boomer Kuwanger – hoe vaak zie je nou een mensachtig vliegend hert?

Oppervlakkig gezien is er dus weinig reden tot klagen, maar de echte pret begint pas zodra je aan het spelen bent. Ik moet Capcom een groot compliment geven voor de besturing van X, die nagenoeg perfect is. De opzet van de game is natuurlijk om de bazen te lijf te gaan met hun eigen wapens, maar je hebt zo’n accurate controle over X dat je ze allemaal ook zonder hulpmiddelen aankan.

X rent, schiet en dasht over het beeldscherm met de precisie die je van een geavanceerde robot mag verwachten. Nou waren we al zeer competente besturing van Mega Man gewend in de oudere NES games, maar Capcom tilt het spelcomfort hier naar een nog hoger niveau. Het enige smetje op dit punt is dat de dashmanoeuvre standaard op de A-knop zit, wat niet echt praktisch is. Voor optimale pret verplaats je deze zelf naar de L- of R-knop in het optiemenu.

Met een beetje oefening zoef je vervolgens door de levels heen, raap je links en rechts power-ups op en reken je koelbloedig af met de bazen. Het dashen en de nieuwe mogelijkheid om aan muren te hangen zorgen voor een wezenlijk andere ervaring dan op de NES, eentje die niet alleen vlotter speelt, maar ook veel meer diepgang in het leveldesign te bieden heeft.

Mega Man X

Zo moet je in het level van Spark Mandrill vliegensvlug op elektrische schokken uit de vloer reageren; zuigen grote vissen je naar zich toe bij Launch Octopus en moet je van uitstekende platforms springen als je bij Boomer Kuwanger op bezoek gaat. De game test met enige regelmaat je reflexen en platformskills, maar je kan in ieder geval nooit zeggen dat het aan de besturing lag.

De no-nonsense aanpak die de makers voor het ontwerp van de game hanteerden zie je ook terug in de vormgeving. Gimmicky effecten als spriterotatie of mode-7 tref je hier niet aan. Dat hoeft ook niet, want Mega Man X kan op spritewerk van de bovenste plank rekenen. De tekenstijl is net iets serieuzer dan in de originele games, waardoor men effectief die oudere doelgroep kon aanspreken.

Niet alleen de bazen komen goed voor de dag, maar eigenlijk alles wel dat beweegt. De sprites hebben een duidelijke, consistente tekenstijl en contrasteren mooi met de achtergronden. Laat dit alles ook nog eens animeren op 60fps en je hebt een game die heel sierlijk is verouderd. En dan heb ik het nog niet eens over de muziek gehad, die zeker niet uit de toon valt bij de rest van de game.

Er moet iets speciaals in het water van de componisten hebben gezeten toen de muziek voor deze game werd gemaakt, want de soundtrack van Mega Man X kan zich meten met de beste nummers van de algehele Mega Man serie. En dat is ondanks dat gedateerde Super NES gitaargeluid. Als ik nou terugdenk aan de muziek van het openingslevel, Boomer Kuwanger en Sigma Stage 1 wil ik eigenlijk weer opnieuw de game spelen.

Mega Man X

Zaken als de vormgeving, de soundtrack, de besturing en de kleine verbeteringen van het Mega Man-concept zorgen niet alleen voor misschien wel de beste Mega Man game aller tijden, maakt ook een van de beste Super NES games. Het is alsof Capcom zag hoeveel vooruitgang games als Super Mario World en Super Castlevania IV hadden geboekt in de stap naar 16-bit en zij dit wilden evenaren.

Nou, dat is ze mooi gelukt. Bij het opstarten weet je eigenlijk meteen al dat je met iets speciaals te maken hebt, als het introscherm de waarschuwing van de capsule waarin X ligt nabootst. Niet veel later begeef je je op een futuristische snelweg, waar X korte metten maakt met dolgedraaide robots en kennis maakt met zowel zijn kompaan Zero als kwelgeest Vile.

Deze korte introductie is alles wat je nodig hebt om een goede indruk van de rest van de game te krijgen, waarna je met alle plezier aan de slag kan om de acht Mavericks van Sigma een kopje kleiner te maken. In elk van die acht levels liggen verschillende upgrades voor X verborgen, variërend van levensbalkverlengers tot de onderdelen voor een sterker harnas.

Niemand dwingt je echter om al deze items te vinden. Het enige wat je hoeft te doen om Sigma te bereiken is zijn acht huisdieren te verslaan. Op deze manier speel je de game met wat oefening makkelijk in een uurtje uit, hoewel de meer avontuurlijke speler dus ook op jacht kan gaan naar alle extra’s – met als onwaarschijnlijk hoogtepunt de hadoken-aanval uit Street Fighter II.

Mega Man X

Street Fighter is overigens niet de enige knipoog naar een andere game. Zo maakt het intro duidelijk dat X een creatie is van Dr. Light, de maker van Mega Man. Je komt zijn hologram nog tegen in een handjevol upgradecapsules, waarin ie op vaderlijke wijze uitleg geeft over je nieuwe item. Iconische vijanden als Mettool en Bubble Bat duiken ook nog op, waardoor je de indruk krijgt dat ook Dr. Wily zijn sporen op de wereld heeft nagelaten.

In veel opzichten is Mega Man X de perfecte actiegame op de Super NES. Het is toegankelijk voor een breed publiek, terwijl het tegelijkertijd de Mega Man formule respecteert en vernieuwt. Het is wellicht niet zo ambitieus als games als Super Metroid of Yoshi’s Island, maar op zijn eigen manier is dit het hoogtepunt op het gebied van dit soort 2D actiegames.

Mooi dus dat het niet ontbreekt op de Super NES Classic Mini. Helaas ontbreken de vervolgen X2 en X3 op dit systeem, maar met games als Contra III, Super Castlevania IV, Super Metroid en Yoshi’s Island verkeert het in erg goed gezelschap. Wat mij betreft is dit een van de Super NES games die je echt eens gespeeld moet hebben, dus ga er voor als je dit nog nooit hebt gedaan.

Mega Man X | Super NES Classic Mini | 1994

Mega Man X 06

Screenshots gesourced via The Video Game Museum

Advertenties

15 gedachten over “De X is niet niks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s