Klaus draait door

CI AWoGAguirre – The Wrath of God (1972) is, op zijn minst, een absurde film. Centraal staat de zoektocht naar de mythische stad El Dorado. Twist: veel van de Spanjaarden worden hier gespeeld door Duitsers, met aan het hoofd de markante Klaus Kinski. Gooi hier een dikke laag Duitse progressieve synth overheen en je hebt een film als weinig anderen.

Het is een van de vroege films van regisseur Werner Herzog; van wie ik tot op heden niet veel heb gezien. Nosferatu the Vampyre (1979) deed mij ondanks flinke hype en een meesterlijke soundtrack letterlijk in slaap vallen. Aan de andere kant was ik erg sceptisch over zijn remake van Bad Lieutenant (2009), maar die film was dan weer redelijk geniaal. En dat was tot voor kort alles wat ik had gezien.

Maar je bent nooit te oud om aan iets nieuws te beginnen, dus liet ik me laatst gewillig Aguirre – The Wrath of God voorschotelen. Ik had ooit alleen maar flarden van de soundtrack gehoord, en die smaakten in combinatie met het thema van de film best naar meer. Want zeg nou zelf, een film over de zoektocht naar El Dorado met Duitsers in de rollen van Spanjaarden, dat klinkt toch goed?

Werner Herzog heeft duidelijk een sterke band met zijn geboorteland, want anders kan ik niet verklaren waarom er zo veel Duitse acteurs in de film zitten en de film ook nog eens is overgesproken in het Duits. Whitewashing zeg maar, maar dan specifiek op een Duits programma. Het bleek overigens geen slechte keuze te zijn, al was het maar omdat die Klaus Kinski duidelijk niet spoort.

Wat heet? Heb je ooit zo’n Duitse kop gezien als die van Kinski? Kijk die ogen nou! De problematiek druipt letterlijk van deze man zijn gezicht af. Zodoende is het niet vreemd dat hij de hoofdrol opeist, als de muitende Don Lope de Aguirre. Aguirre is een dissonant in een groep van 40 veroveraars, die in de naam van de Spaanse koning op zoek zijn naar het goud van El Dorado.

Het beetje verhaal dat in de film zit wordt losjes bij elkaar gehouden door broeder Gaspar de Carvajal (Del Negro). Dit is een historisch figuur, van wie ooit een dagboek is gevonden in de jungle. Dat dagboek diende als inspiratie voor deze film, hoewel ik betwijfel of de echte broeder Carvajal samen met een kanon en een paard op een geïmproviseerd vlot heeft gevaren.

Carvajal is een opportunist, die achter de schermen Aguirre helpt om de gebeurtenissen zo te beïnvloeden dat de commandant Don Pedro de Urséa (Ruy Guerra) wordt afgezet en de laffe Don Fernando de Guzmán (Peter Berling) zichzelf mag kronen tot keizer van hun nieuwe rijk – dat zich op pijnlijk wijze beperkt tot het vlot waarop ze min of meer gevangen zitten.

Als Europese low-budget productie uit de jaren 70 heeft een film als deze natuurlijk het potentieel om erg ongemakkelijk te zijn. Toch valt dit reuze mee voor een film waarin ook kannibalen, weerloze vrouwen en wilde dieren zitten. Waarvan het verhaal ook nog eens draait om de veroveringsdrang van Spanje in de 16e eeuw. Ironisch genoeg kon de film misschien wel wat meer pit gebruiken.

Onder invloed en leiding van Aguirre is de groep Spanjaarden bezig met een heuse afvalrace. Stuk voor stuk sneuvelen de veroveraars, maar dit gebeurt nooit op grafische of shockende wijze. Het verlies van kameraden heeft iets alledaags en lijkt totaal geen impact te maken op deze mensen. Nee, de lijdensweg van Aguirre en de zijnen is bovenal langzaam – en een tikkeltje saai.

Wat niet helpt is dat je als kijker weet dat de legende van El Dorado bij voorbaat gelul is. Deze stad van goud heeft nooit bestaan en zodoende ligt het voor de hand dat ie ook niet wordt gevonden. De hele tijd zat ik te wachten op wat de Spanjaarden wel tegen zouden komen, maar net zoals deze mannen in het echt ondervonden was dat bar weinig. En ergens is dat toch jammer.

Het enige wat de film bij elkaar houdt is de tunnelvisie van Aguirre, die uiteindelijk helemaal doordraait. Kinski is op zijn best tegen het einde, als hij overkomen wordt door waanbeelden en illusies. Op een gegeven moment wordt het vlot overspoeld met aapjes, waarna Aguirre in een tirade ontsteekt en zelfs nog zo’n beestje weggooit. Hij voorspelt de kannibalen de toorn des Gods, waarvan hij de vleesgeworden incarnatie is.

Het is een ijzersterke scene, geweldig gespeeld door een unieke acteur, maar het leidt uiteindelijk tot niks. Letterlijk niks welteverstaan. Op symbolische wijze sluit de film af met een fade to black, terwijl het lot van Aguirre in het midden wordt gelaten. Dat is natuurlijk het goed recht van regisseur Herzog, maar ergens was ik teleurgesteld om deze haast spirituele reis met lege handen af te sluiten.

Gelukkig is er altijd de soundtrack nog. Aguirre – The Wrath of God heeft mij de nodige bewondering opgeleverd voor de band Popul Vuh. Laat het maar aan Duitsers over om met een paar orgels en synthesizers geweldige muziek te maken. De muziek nodigt uit om geestverruimende middelen te gebruiken tijdens het kijken, wat ongetwijfeld ook in het voordeel werkt van het verhaal.

Ondanks dat deze film van Herzog, alweer, niet helemaal kon opleven aan zijn reputatie ben ik wel erg benieuwd geworden naar de overige films die hij en Kinski samen hebben gemaakt. Goede soundtracks lijken sowieso een ding te zijn voor dit duo, dus dat helpt. En dat enge hoofd van Kinski heeft veel potentieel. Dit verhaal gaat in de toekomst dan ook een staartje krijgen denk ik.

[Aguirre – The Wrath of God | Blu-Ray]

1 reactie

Opgeslagen onder Cinematiek!

Een Reactie op “Klaus draait door

  1. Pingback: Woyzeck heeft het slecht | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s