Er was eens een huis…

House of 1000 CorpsesAan hommages aan The Texas Chainsaw Massacre (1974) geen gebrek, hoewel geen enkele zo spraakmakend is als House of 1000 Corpses (2003). Multitalent Rob Zombie had er wel oren naar om zijn eigen spin te geven aan de oeroude horrorklassieker en deed dit op heftige wijze.

Zombie heeft in ieder geval een toepasselijk naam uitgekozen als stage name. Deze muzikant / regisseur is vooral geliefd onder een select gezelschap, het soort mensen dat wel van harde horrorfilms houdt zeg maar. De beste man heeft ontegenzeggelijk passie voor zijn werk, iets dat je altijd terugziet in zijn films. De vraag is alleen of het in dit geval ook wat minder had gemogen?

House of 1000 Corpes draait om de gestoorde Firefly familie, die ergens in een oud landhuis woont. In de hele omgeving worden mensen vermist en drie keer raden wie daar verantwoordelijk voor zijn. Op Halloween avond zijn vier onfortuinlijke jongeren toevallig in de buurt en nemen ze nietsvermoedend een lifter mee. Dit blijkt Baby Firefly te zijn, die je liever niet in je auto wilt hebben.

De Fireflys zijn mensen van traditie, en voor hun is geen enkele traditie zo fijn als Halloween avond. Maar wat voor hun een geweldige avond is ervaren normale mensen waarschijnlijk toch net even anders. De familie voert een heuse Halloween voorstelling op, maar het publiek bestaat zeer exclusief uit familieleden en lijken. Mocht je nog leven dan betekent dat dat je einde nabij is.

Zoals in elke goede horrorfilm zijn het vooral de personages die onder je huid gaan zitten. Het ontbreekt aan een iconische slechterik als Leatherface, maar de film weet alsnog veel ellende te verspreiden over Baby (Sheri Moon Zombie), Otis (Bill Mosely), Mother Firefly (Karen Black), Tiny (Matthew McGrory) en Rufus (Robert Allen Mukes).

Elk van deze figuren heeft zo zijn of haar interessante aspecten, hoewel het vooral Baby en Otis zijn die veel indruk achterlaten. Baby is zo gestoord als het maar kan en heeft een toepasselijk irritant lachje. Meestal heb ik het niet zo op regisseurs die hun familie bij hun werk betrekken, maar in dit geval zet Sheri Moon Zombie een overtuigend gestoord personage neer.

Hetzelfde geldt voor Bill Moseley, die Otis met een perverse drive speelt. Otis is een beeldend kunstenaar, die constant nieuwe lichamen nodig heeft om zijn vak te kunnen uitoefenen. Hij lijkt zodoende ook de voornaamste bron van vermiste personen in de regio. Zo heeft hij een hele groep cheerleaders op zolder weggestopt, die hij langzaam doodmartelt.

Net zoals in The Texas Chainsaw Massacre lijken de familieleden onderling alles heel normaal te vinden, maar de jongeren die ze per toeval ontmoeten denken daar heel anders over. Onder andere Rainn Wilson – voordat ie doorbrak als Dwight in The Office – duikt hier op als een van de slachtoffers, die een wel heel bizarre transformatie ondergaat in een ander soort wezen.

Mooi meegenomen is ook de kleine bijrol voor Walton Goggins. Ik vind het altijd leuk om deze markante acteur in een film of serie te zien, en hier speelt ie een zuidelijke politieagent. Helaas voor hem is ook de politie niet veilig voor de Firefly familie, maar ik moet zeggen dat iemand met zijn kop toch perfect in de line-up van acteurs past.

De film speelt zich voor een groot deel ’s avonds af en is zodoende erg duister. Voeg hier flink wat sadisme aan toe en je hebt een film die qua toon nogal verschilt van haar inspiratie. Voor mij is dit net iets teveel van het goede, want zelfs de stukjes waarin Sid Haig als een clown opduikt zijn niet genoeg om de onophoudelijke stroom van sadistisch geweld te onderbreken.

Misschien dat ik soft ben geworden door de jaren heen, maar ik kan niet echt genieten van de film. Hoewel ik dan weer wel te spreken ben over het verrassende einde. Rob Zombie moet gedacht hebben dat zijn film wel heel sterk leek op die bekende Texaanse slachtpartij, dus plakte hij er een einde aan dat je toch eigenlijk wel gezien moet hebben om het te kunnen waarderen.

Dit einde wordt trouwens geheel genegeerd in de opvolger The Devil’s Rejects (2005). In die film slaan de Fireflys op de vlucht voor de politie en maken ze de nodige wilde momenten mee. Het vervolg deelt de nadruk op sadisme en uitzichtloosheid met House of 1000 Corpses, maar voegt hier wel een vleugje hoop aan toe om het als geheel een stuk draaglijker te maken.

Alleen al om die reden zou ik The Devil’s Rejects eerder aanraden dan deze film, hoewel je natuurlijk wel meer uit het vervolg haalt als je al een beetje bekend bent met de zieke antihelden uit het origineel. Als hommage aan The Texas Chainsaw Massacre is het verder redelijk geslaagd, hoewel het van mij dus wel allemaal net wat minder heftig had gemogen.

Afsluitend, en geheel terzijde – tijdens het kijken naar de film bekruipt me altijd het gevoel dat de makers van de Playstation 2 game Silent Hill 4 – The Room grote fans geweest moeten zijn. Links en rechts zal je als speler van de game bepaalde elementen herkennen in de film. Dat vind ik dan wel weer leuk om te zien, ook al was dit zeker niet mijn favoriete game uit die serie.

[House of 1000 Corpses | Blu-Ray | Regio: Europa]

2 reacties

Opgeslagen onder Cinematiek!

2 Reacties op “Er was eens een huis…

  1. Pingback: Een duivelse reis | patraversus

  2. Pingback: Gillend door Texas | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s