Zweten tot het einde

Mortal KombatGesterkt door het plezierige Mortal Kombat X besloot ik om de Super NES maar weer eens aan te sluiten. Sowieso was het een regenachtige zondag, dus een beter excuus was eigenlijk niet denkbaar. Terwijl het buiten hard regende ging ik even terug naar een simpelere tijd, toen Mortal Kombat nog heel gewoon was.

Want laten we eerlijk zijn, ondanks – of waarschijnlijker dankzij! – de controversie omtrent Mortal Kombat lag het geheel voor de hand dat iedere tiener in 1994 deze game in huis wilde halen. Zo ook mijn broer en ik. Terwijl ik Super Bomberman wist te scoren in de zomer lukte het hem om Mortal Kombat te bemachtigen. Uiteindelijk zou mijn keuze voor het langste speelplezier zorgen, maar reken maar dat er ook heel wat dagen aan Mortal Kombat werden besteed.

Want Mortal Kombat, dat was de shit. In het kielzog van Street Fighter II wist geen enkele imitator de fantasie zo te prikkelen als deze. Hoe kan het ook anders? Met levensechte graphics en hard geweld was dit de toekomst. Street Fighter II mocht dan wel een veel technischere game zijn, maar kon je in die game iemands hoofd met ruggengraat en al uit zijn of haar lichaam trekken? Ik dacht het niet.

Helaas was het een hard gelag voor Super NES spelers, want in die versie was het bloed gecensureerd in grijs zweet. Dat was evenwel een stuk realistischer dan bloed dat bij het minste of geringste contact uit je tegenstander vliegt, maar natuurlijk een marketing doodzonde. Gelukkig zag mijn broer, die ook een Mega Drive had, wel in dat de super NES versie voor de rest duidelijk beter was dan het alternatief op Sega’s console.

Maar goed, met nostalgie koop je helaas niet zo heel veel. Als het opnieuw spelen van deze klassieker een ding pijnlijk duidelijk maakt dan is het dat de serie tegenwoordig veel meer bestaansrecht heeft dan het vroeger had. De eerste Mortal Kombat mag dan wel een sfeervolle game zijn, het speelt voor geen meter.

Neem bijvoorbeeld de besturing. Laat ik aardig zijn en deze een beetje stijfjes noemen. Simpele commando’s zoals Scorpions speer en Raidens teleport komen met gemak uit de controller, maar zodra Street Fighter achtige bewegingen nodig zijn moet je opeens een stuk secuurder te werk gaan. Ironisch genoeg is dat in Street Fighter II wel anders.

Iets anders wat echt onzin is is het feit dat je iemand gewoon helemaal kapot kan slaan door op de punch knoppen te blijven rammen. Grijs zweet vliegt je om de oren terwijl zijn of haar levensbalk naar de knoppen gaat. Op een gegeven moment duw je jezelf uit het bereik van je tegenstander, maar tegen die tijd is de bloeddruk van je kameraad waarschijnlijk wel al flink verhoogd.

Qua personages stelt de game ook niet echt veel voor. Met slechts zeven speelbare vechters zijn er net zo weinig als in Street Fighter II – ik reken Ryu en Ken even als hetzelfde – maar deze hebben niet echt veel verschillen te bieden. Natuurlijk hebben ze allemaal hun kenmerkende special attacks, maar iedereen heeft dezelfde normale aanvallen, wat de diversiteit niet echt ten goede komt.

En het is natuurlijk al helemaal een aanfluiting dat de Super NES versie gecensureerde fatalities heeft. Dit was immers de onderscheidende gimmick van de game, maar het is hier totaal gecastreerd van enige impact. Het is dat Scorpion en Sonia iemand in een skelet kunnen veranderen, anders had de fatality functie net zo goed achterwege gelaten kunnen worden.

Achteraf gezien is het dus makkelijk om te zeggen dat Super NES eigenaren beter iets anders met hun tijd kunnen doen. Super Street Fighter II, TMNT – Tournament Fighters en Ultimate Mortal Kombat hebben allemaal veel meer te bieden dan het zwakke broertje uit de Mortal Kombat reeks.

Maar tegelijkertijd is het ook makkelijk om te begrijpen waarom deze game zo’n succes was geworden. De fatalities en het bloed even buiten beschouwing gelaten, de game ademt sfeer. De gedigitaliseerde acteurs zien er vaag realistisch uit en de muziek is uitermate sfeervol. Hierdoor wisten de makers je te misleiden en je te laten denken dat je een vooruitstrevende aan het spelen was.

Nou ging die vlieger wellicht op voor de arcade versie, maar zeker niet voor de Super NES versie, of voor de Mega Drive variant. Je speelt een vechtgame uiteindelijk om tegen iemand anders te spelen, en op dit front zakt het hopeloos door het ijs. Het is vijf minuten leuk, maar daarna verlang je al snel naar iets met meer speelbaarheid. Zoals Super Bomberman. Had ik al die jaren geleden toch de goede keuze gemaakt!

[Mortal Kombat | Super NES | Regio: Europa / Japan]

2 reacties

Opgeslagen onder Digi-taal

2 Reacties op “Zweten tot het einde

  1. Pingback: Nieuwe generatie van vampierjagers | patraversus

  2. Pingback: Terug in de ring | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s