Denk aan je trommelvliezen

Metroid Fusion2002, dat was nog eens een mooi jaar. Mijn bed was naar de kloten en ik moest noodgedwongen op een matras op de grond slapen. Dat lijkt oncomfortabel, maar het bleek de ideale plek in huis te zijn om naast een lamp op de grond van Metroid Fusion te genieten.

Het was toen alweer zo’n acht jaar geleden dat Nintendo hun laatste Metroid game had uitgebracht. De serie leek zo levenloos dat veel mensen er van uit gingen dat de avonturen van Samus Aran voorgoed verleden tijd waren. Maar Nintendo had gelukkig andere plannen. Terwijl Metroid op sabbatical was draaide de handheld divisie van Nintendo R&D1 namelijk overuren.

Niet content om offbrand Mario games te maken koos deze studio er voor om hun eigen Wario games te maken. Dit met groot succes, want voor games als Wario Land II en Wario Land 4 maak ik met plezier tijd vrij. Deze games barsten van karakter en zitten vol met creatief leveldesign, en hadden zeker niet misstaan op thuisconsoles.

Saillant detail is dat enkele leden van deze groep in een ver verleden ook hadden meegewerkt aan Metroid II – Return of Samus. Waarom er vlak na de millenniumwisseling opeens groen licht werd gegeven voor “Metroid 4” (en Metroid Prime) weet ik niet, maar de keuze voor het ontwikkelteam was gezien het platform en het cv van R&D1 vermoedelijk niet moeilijk.

Fusion bouwt voort op belangrijke elementen uit eerdere games, maar is in feite net zozeer een reboot als het een vervolg op Super Metroid is. Wat meteen opvalt is dat het personage Samus Aran er totaal anders uitziet. Haar oranje harnas mag iconisch genoemd worden, maar hier verschijnt ze in iets dat bijna haute couture is – ze ziet er zeker een tikkeltje flamboyant uit.

Ook de setting is totaal anders. De game speelt zich af op een ruimtestation waar wetenschappers een loopje namen met gezond verstand – iets dat meteen doet terugdenken aan het intro van Super Metroid. Fusion pretendeert echter niet een imitatie van eerdere werken te zijn. Dit is een geheel nieuw avontuur, met alle beperkingen en voordelen van de draagbare hardware in acht genomen.

Op typerende wijze is Samus’ arsenaal totaal niet opgewassen tegen de monsterlijke wezens die in het onbeheerde station rondspoken – ze wilt haar tegenstanders nog wel eens onderschatten. Gelukkig is er een pratende computer aan boord, die je maar al te graag vertelt waar je nieuwe wapens kan vinden. De zoektocht naar een beter arsenaal verloopt daarom op zijn zachtst gezegd vlotjes.

Die praatgrage computer is even slikken. In eerdere games handelde je immers in totale isolatie en moest je goed speuren om nieuwe speeltjes te vinden. Hier wordt je ontdekkingsdrift echter sterk onderdrukt door de computer, die de volgende bestemming altijd op je map markeert. Niet iedereen kan dit waarderen, maar in een game die verder zo goed in elkaar zit neem ik het in ieder geval voor lief.

Een grote verbetering is de besturing. Niet dat die slecht was in Super Metroid, maar Samus beweegt hier opmerkelijk soepeler over het beeldscherm. Ook het gebruik van haar vaardigheden is nogal gestroomlijnd. Raketten worden afgevuurd door in combinatie met de R knop te schieten en is er geen aparte ren knop meer nodig om je speed booster te gebruiken. Deze verbeteringen zijn zo logisch dat je je afvraagt waarom dit eerder niet beter was geregeld.

De vernieuwde besturing maakt het spelen niet alleen leuker, maar opende voor de makers ook de deur om gehaaide puzzels in de game te stoppen. Het station voelt bij vlagen aan als een obstakelkoers, waarbij atletische activiteiten beloond worden met steeds meer munitie. Op de vreemdste plekken kom je bom- en raketupgrades tegen, wat toch niet alledaagse wetenschappelijke instrumenten zijn.

Deze upgrades komen ook nog goed van pas, want baasgevechten zijn een stuk pittiger dan voorheen. In Super Metroid was het Game Over scherm een zeldzame aangelegenheid, maar hier tonen bazen als Ferris en Nightmare weinig genade. In deze gevechten komt de nieuwe besturing goed uit de verf en wordt bevestigd dat Fusion wellicht meer om actie draait dan om exploratie.

Onlosmakelijk verbonden met het appeal van de game is de aanwezigheid van SA-X, een monster met een missie. De SA-X kan alles wat Samus op haar sterkst kon en is zodoende een onmogelijke tegenstander voor de echte Samus, die nog herstellende is van de gebeurtenissen uit het intro van de game. Dit werkt een uitstekende sfeer in de hand. Ook al is je bestemming uitgestippeld op de map, dit monster – en een handjevol onverwachte situaties – zal de reis ernaartoe altijd spannend houden.

De sfeer wordt verder verhoogd door de audiovisuele vormgeving. Het station is onderverdeeld in zes habitatten, elk met hun eigen thema. Een videogame is natuurlijk niet compleet zonder een vuur- en ijszone, maar er is bijvoorbeeld ook een habitat gemodelleerd naar de thuisplaneet van de Metroids, wat voor de nodige nostalgie zorgt.

Mooi is dat de makers niet de fout van Metroid II herhaalden, waarin de sprites ten opzichte van de schermresolutie eigenlijk te groot waren. Samus is relatief klein en de actie is zodoende prima overzichtelijk. Dit geeft je meteen de gelegenheid om het station zelf wat beter te bekijken, dat nog vol zit met de nodige details.

Helaas gaat de presentatie wel een beetje gebukt onder de beperkingen van het systeem. Ik ben in principe zeer te spreken over de soundtrack, die bij vlagen ijzersterk is. Toch laat het gebrek aan een geluidchip in de GBA zich voelen, want de muziek klinkt totaal niet helder. Dat is erg jammer, want de componisten waren duidelijk in de juiste stemming toen ze de muziek schreven.

De muziek klinkt echter hemels vergeleken bij de geluidseffecten. Samus’ lasers klinken progressief scheller, om nog maar te zwijgen over de trommelvliesscheurende super bomb die je halverwege de game krijgt. Ook de vijanden maken soms de vreselijkste geluiden, met als dieptepunt een mislukte versie van de baas Ridley die het leven zo te horen niet echt ziet zitten. Ik weet niet wat hier was misgegaan, maar de geluidseffecten vallen letterlijk uit de toon met de rest van de game.

Maar goed, dan maar niet met een koptelefoon op spelen. Metroid Fusion is in veel opzichten een console-waardige game, en mag met trots “Metroid 4” in haar intro laten zien. Mooi meegenomen is dat de game nooit zo populair was als Super Metroid, dus het is nog goed betaalbaar op de tweedehands markt, hoewel je het tegenwoordig ook op de Wii U kan downloaden.

Opvallend is dat alle vervolgen op Metroid Fusion tot op heden prequels zijn, waarvan Other M zelfs een bizarre poging was om de setting van Fusion op de Wii na te bootsen. Blijkbaar bezit Nintendo niet meer de creativiteit om de game een waardige opvolger te geven. Dat is zeker zorgwekkend, maar maakt Fusion natuurlijk niet minder geslaagd. Want een game waar je zelfs liggend op de vloer van kan genieten moet wel speciaal zijn.

[Metroid Fusion | GameBoy Advance | Regio: Europa]

1 reactie

Opgeslagen onder Digi-taal

Een Reactie op “Denk aan je trommelvliezen

  1. Pingback: Terug naar het nulpunt | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s