Terug naar de roots

Sword of ManaNa het uitspelen van Mystic Quest stopte ik eigenlijk meteen Sword of Mana in mijn GBA. Square-Enix was begin jaren 2000 erg bedrijvig, wat onder andere resulteerde in deze remake van Mystic Quest. Geen slecht idee ook, want de grootvader van de Mana serie was ondertussen ernstig verjaard.

Square-Enix schakelde voor de gelegenheid de hulp in van Brownie Brown, een heus vluchtelingenkamp voor oude Squaresoft medewerkers. Het vergeven van deze deserteurs was een logische keuze, want deze lui waren in het verleden ook al verantwoordelijk voor verschillende Mana games. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Sword of Mana een zeer herkenbare game is geworden.

Alle voortgang die de Mana serie tot dat punt had geboekt is hier wel in enige vorm terug te vinden. Het meest in het oog springend zijn natuurlijk de graphics, die in dezelfde stijl als Seiken Densetsu 3 zijn getekend. De game ziet er zonder meer goed uit, maar vergeleken met Mystic Quest zijn het zaken als het verhaal en de interface die het meest gedijen bij de moderne make-over.

In tegenstelling tot de originele game is het verhaal van Sword of Mana wél te volgen. Geïnspireerd door Seiken Densetsu 3 kan je kiezen of je het scenario van de jongen of het meisje wilt spelen. Spelend als een Gemma ridder of een Mana meisje moet je de teloorgang van de Mana Tree zien te voorkomen. Beide personages bewandelen deels een ander pad, waardoor de game uitermate herspeelbaar is.

De invloed van andere Mana games houdt hier niet op. Fans zullen blij zijn om te weten dat het omslachtige menu van Mystic Quest is ingeruild voor het geliefde ring menu van Secret of Mana. Items, wapens en magie zijn hier makkelijk te selecteren, wat ook broodnodig is, want gevechten met normale monsters vereisen nog steeds een flexibele aanpak van de speler.

De wapens hebben grotendeels hun secundaire eigenschappen uit Mystic Quest verloren, maar omdat sommige vijanden immuun zijn tegen bepaalde wapens en magie mag je nog steeds met grote regelmaat het menu induiken om te wisselen van uitrusting. Gelukkig is er een bestiary waarin de verschillende zwakheden van vijanden netjes staan aangegeven, wat eens te meer aangeeft dat dit een belangrijk aspect van de game is – het deed me ook sterk aan Castlevania – Order of Ecclesia denken.

Een ander belangrijk aspect van de game is het omsmeden van je uitrusting. Vreemd genoeg blijft dit relatief onderbelicht tijdens het spelen, maar je doet er goed aan om geregeld een bezoek aan een smid te brengen. Deze kan je alleen maar helpen als je de juiste grondstoffen in bezit hebt, die natuurlijk zijn verstopt over de hele spelwereld. Het bemachtigen van een sterker wapen is daarom een subgame op zich. Het is één van de meer complexe onderdelen van de game en ik kan het best waarderen.

Niet zo complex, maar nog steeds leuk is het feit dat wapens en magie omhoog levelen naarmate je ze meer gebruikt. Verder kan je simpele combo’s uitvoeren, zodat vijanden je niet kunnen interrumperen tijdens het aanvallen. Al met al zijn dit welkome vernieuwingen ten opzichte van het origineel en behoren de eens zo houterige gevechten gelukkig tot de verleden tijd.

De sporen van The Legend of Zelda zijn trouwens ook nog steeds zichtbaar. De breekbare muren en het gebruik van sleutels uit Mystic Quest zijn wijselijk achterwege gelaten, maar de manier waarop monsters op het scherm verschijnen en het bemachtigen van nieuwe wapens doet sterk denken aan Nintendo’s NES klassieker. Het zijn kleine dingen, maar de inspiratie was voor mij duidelijk.

Wat ook een beetje aan Zelda doet denken – specifiek Link’s Awakening – zijn de vele sidequests. In elke hoek van beschaving zitten mensen die de meest willekeurige verzoeken voor je hebben en je bent vrij om deze in te willigen of niet. Meestal weegt de financiële beloning niet op tegen de moeite die je moet doen voor een sidequest, maar het is helemaal geen verkeerde manier om de aandacht even van het lineaire verhaal af te leiden.

Haaks op de aanwezigheid van sidequests staat overigens de aanwezigheid van een point of no return. Net zoals in de originele game kom je in de laatste dungeon vast te zitten en als je hier saved is het gedaan met de wereld verkennen. Je wordt gewaarschuwd voordat dit gebeurd, maar ik kan het toch niet echt waarderen. Of het nou in een saaie game is zoals Golden Sun of een leuke zoals deze, ik bepaal liever zelf waar ik kan gaan en staan.

Met dit laatste in gedachten is het ook wrang om te constateren dat het beste aspect van Mystic Quest – de volledig aaneengesloten spelwereld – hier in stukjes is geknipt. Je bezoekt nog steeds dezelfde locaties, maar alles bestaat uit compacte miniwerelden. Je hebt niet langer een robotische Chocobo waarmee je over water kan lopen, maar moet reizen per kanon. Nou was dit ook al een ludiek reismiddel in Secret of Mana, maar in die game had je ook nog andere mogelijkheden om door de spelwereld te reizen. Sword of Mana ontneemt je deze vrijheid en voelt daarom minder groots aan als zijn draagbare voorganger.

Een ander minpunt ten opzichte van het origineel is dat je niet langer vanuit het menu kan saven. Hebben ze eindelijk een functioneel menu, is de meest belangrijke functie achterwege gelaten! In plaats daarvan moet je saven bij standbeelden die rechtstreeks uit Seiken Densetsu 3 lijken te komen. Deze staan natuurlijk lang niet altijd in de buurt, wat niet echt handig is als je de game op een handheld speelt. Ook cutscenes duren vaak te lang en zijn niet eens over te slaan, waardoor de game uiteindelijk beter was geweest als een consolegame als je het mij vraagt.

Maar goed, een handheld game vergelijken met een consolegame getuigt in de regel wel van enige kwaliteit – en die is er zeker in het geval van Sword of Mana. Als je niet al te veel tijd kwijt bent aan sidequests en uitrusting omsmeden speel je de game in een uur of 15 uit. Prima lengte voor welke game dan ook, en je hebt dan niet eens het scenario van het andere personage gespeeld. Een mooie extra is de mogelijkheid om de game met 2 spelers te spelen, waardoor het magie systeem meteen een stuk beter tot zijn recht komt.

Sword of Mana mag ondanks een paar problemen dan ook als geslaagde remake gezien worden. Het zou tevens ook de laatste Mana game zijn die je tijd waard is. Dawn of Mana werd door critici zo hard aangepakt dat ik nooit de moeite heb gedaan deze in huis te halen. In mijn naïviteit kocht ik wel Children of Mana, niet wetende dat dit een onheilig vervolg zou zijn op de Shining Soul games. Die fout maakte ik niet met Heroes of Mana, dat niks meer dan een tactische RPG is.

De serie heeft dus wel eens betere tijden gekend, maar gelukkig kan je altijd terugkeren naar de klassiekers. Voor wie niet voor de zoveelste keer Secret of Mana wilt spelen is er Sword of Mana. Het is misschien niet het epische vervolg geworden op Seiken Denstesu 3 dat je zou wensen, maar het vervangt met gemak Mystic Quest als eerste game in de reeks.

[Sword of Mana | GameBoy Advance | Regio: Europa]

1 reactie

Opgeslagen onder Digi-taal

Een Reactie op “Terug naar de roots

  1. Pingback: Terug naar 1995 | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s