Veel fantasie, weinig kwaliteit

Conan the DestroyerIntegriteit is het principe dat meestal als eerste over boord wordt gegooid als er geld te verdienen is. Nergens is dit zo schaamteloos als in de filmwereld, waar parasiteren op bewezen succes eerder regel is dan uitzondering. Het is onfortuinlijk dat ook mijn held Conan ten prooi is gevallen aan financiële lust, hetgeen in 1984 resulteerde in Conan the Destroyer.

Het intro van de film belooft ons andermaal ‘high adventure,’ maar dat blijkt gelul te zijn. De sfeervolle wereld uit de eerste film is ingeruild voor een haast familievriendelijke sprookjessetting, compleet met een kwaadaardige koningin, een maagdelijke prinses en een comic relief personage. Nee, Conan de verwoester is duidelijk geen Conan the Barbarian (1982).

Arnold Schwarzenegger keert natuurlijk terug om wederom in de huid van Conan te kruipen. Hij vecht niet langer voor wraak, maar om de pijn van zijn gebroken hart te verlichten. De gebeurtenissen uit de eerste film hebben wel degelijk impact gemaakt op deze onaantastbare krijger, maar zijn gemoedstoestand is uiteindelijk niks meer dan een makkelijk middel om hem verwikkeld te laten raken in een strijd die niet de zijne is.

Koningin Taramis (Sarah Douglas) wilt namelijk de resurrectie van een demonische god bewerkstelligen door haar dochter (Olivia d’Abo) ritueel te offeren. Hiervoor moeten echter een aantal artefacten veiliggesteld worden, een klus waarbij ze de hulp van Conan nodig heeft. In ruil voor zijn hulp belooft ze Conan zijn geliefde Valeria terug van de dood te brengen.

Tijdens dit avontuur ontmoeten we nog de nodige nieuwe personages. Notoir is de dief Malak (Tracey Walter), wiens enige bijdrage aan het geheel stomme opmerkingen maken is. Bizar genoeg klinkt hij ook precies als Ren uit The Ren & Stimpy Show, waardoor zijn flauwe scènes nog onbedoeld grappig zijn.

Beter zijn de personages Bombaata (Wilt Chaimberlain) en Zula (Grace Jones). Chamberlain heeft zowaar een nog indrukwekkender lichaam dan Schwarzenegger. Zijn vechtscènes laten vaak wat te wensen over, maar louter zijn aanwezigheid komt de film zeer ten goede. Grace Jones is vooral erg wild en vervuld min of meer dezelfde rol als sterke vrouw die Sandahl Bergman in het origineel had.

Mako keert als enige personage terug uit het origineel en speelt wederom een oude tovenaar. Hij heeft een grotere rol, hoewel zijn beste bijdrage aan de film nog steeds het narreren van het verhaal is. Omdat de nieuwe personages niks met Conan te maken hebben is er een zekere dissonantie merkbaar, iets dat in groot contrast staat met zijn hechte groep uit de eerste film.

Een groot probleem met de film is dat het hoogtepunt al in de eerste helft plaats vind. Conan gaat naar een toren om daar een juweel te stelen, maar de tovenaar daar (Pat Roach) is voorbereid op zijn komst en gaat de strijd tegen Conan aan in de vorm van een aapachtig monster. Het gevecht in een kamer vol met spiegels voltrekt zich haast als een videogame en is zeer memorabel.

De gebeurtenissen in de tweede helft zijn in vergelijking saai en geen enkele slechterik heeft het charisma van de tovenaar – laat staan Thulsa Doom en consorten uit het origineel. Vrouwelijke slechteriken zijn altijd welkom, maar Sarah Douglass doet helaas geen moment iets geïnspireerds met haar rol als de boosaardige koningin.

Audiovisueel stijgt Destroyer ook nooit tot dezelfde hoogtes als Barbarian. Het sprookjesthema wordt kracht bijgezet met bossen, meren en kastelen, maar deze zien er niet altijd even overtuigend uit. De special effects zijn verder niet om over naar huis te schrijven, hoewel het grappig is om te weten dat Andre the Giant een demonische god speelt in een monsterpak.

De soundtrack is wederom aan de hand van Basil Poledouris. De man is een legende in zijn vak en ook de muziek in deze film mag er zijn. Het mist de epischheid van het origineel, maar enkele nummers zorgen nog voor de broodnodige sfeer in de film.

De film is uiteindelijk professioneel genoeg gemaakt dat het geen straf is om te kijken, maar het is een zeer los samenhangend geheel. De kracht zit in individuele momenten: momenten van fantasie, actie en goede muziek. Aan de andere kant is het verhaal onnodig complex, is de cast maar matig en is de sprookjessetting niet zo geïnspireerd als de gevaarlijke wereld uit het origineel.

Nog veel meer dan in Barbarian moet Schwarzenegger de kar trekken, maar hij is uiteindelijk niet sterk genoeg om er meer dan een oké fantasiefilm van te maken. Dat is erg jammer, maar troost je met de gedachte dat de nieuwe versie van Conan the Barbarian (2011) nog vele malen slechter is.

[Conan the Destroyer | Blu-Ray | Regio: 2]

1 reactie

Opgeslagen onder Cinematiek!

Een Reactie op “Veel fantasie, weinig kwaliteit

  1. Pingback: Vertiefd achter het stuur | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s