De mooiste vlinder aan boord

Keer op keer wint kortzichtige hebzucht het van gezond verstand in de Amerikaanse filmindustrie. Films als Alien3 (1992) getuigen van weinig inzicht van alle betrokkenen en verraden een gestoorde drang om het onderste uit de kan te halen. De koek leek totaal op toen zowel Ripley als de laatste Alien in Alien3 doodgingen, maar dankzij movie magic keren beiden terug in Alien –Resurrection (1997).

Het ergste aan Resurrection is dat het ondanks een schrijnend tekort aan bestaansrecht gewoon een leuke actiefilm is geworden. 200 jaar na de gebeurtenissen in Alien3 is het wetenschappers met twijfelachtige motieven gelukt om Ellen Ripley (Sigourney Weaver) te klonen. Blijkbaar had Lance Henriksen 200 jaar eerder succesvol een stukje Ripley prut weten te redden uit de container met gesmolten lood waar ze in was gevallen. Het is geenszins logisch om aan te nemen dat er ook maar een druppeltje van deze vrouw over was gebleven, maar goed, dit is geen film waarover nagedacht moet worden.

Het klonen van Ripley had het bijkomstige voordeel dat ook de Alien embryo in haar gekloond kon worden. Hoe dat kan is wederom een medisch wonder, maar feit is dat er een Alien Queen op ruimtestation Auriga woont. Om dit monster een productief lid van de bemanning te maken zijn er mensen nodig die als nieuwe gastheer voor Alien embryo’s kunnen dienen en hier komt de rest van de cast van de film om de hoek kijken.

Waar Alien3 echt door het ijs zakte was in de casting van de personages. De betere personages uit Aliens (1986) gingen offscreen dood en werden vervangen door een groepje kleurloze bajesklanten. Door Resurrection 200 jaar later af te laten spelen kon men het opnieuw proberen, wat redelijk goed uitpakte. Een groep ruimtetuig komt een levende lading afleveren op de Auriga en het is al snel duidelijk dat dit stuk voor stuk leukere personages zijn dan de meeste uit deel 3 bij elkaar.

Kapitein Elgyn (Michael Wincott) doet zijn beste Lance Henriksen imitatie, Christie (Gary Dourdan) is een koelbloedige killer met de beste bedoelingen voor zijn maten, Vriess (Dominique Pinon) is de kreupele monteur van vrachtschip Betty en Johner (Ron Perlman) is een hilarisch persiflage van een domme alfaman. De crew wordt afgerond met Call (Winona Ryder) die haar best doet om het personage van Veronica Cartwright uit Alien (1979) na te doen. Haar aanwezigheid is helaas niet alleen totaal overbodig, maar doet ook afbreuk aan de kwaliteit van het verhaal.

Call is namelijk een androïde met emotionele problemen. Dat zou nog tot daar aan toe zijn, maar om redenen die nooit in de film verklaard worden is ze ook op de hoogte van de experimenten aan boord van de Auriga. Je krijgt het idee dat ze op het laatste moment is toegevoegd aan het verhaal en dat de makers het al lang goed vonden om de toen nog populaire Ryder aan het project te kunnen binden.

Gelukkig is haar aanwezigheid niet genoeg om de hele film te verpesten. Sterker nog, Ripley en Johner nemen haar geregeld in de zeik, met wisselende effecten. Vooral Johners reactie is mooi als ze zijn mes in tweeën breekt, nadat hij eerder letterlijk als een aap tekeer ging. Perlman komt vaker beestachtig over, maar in deze film gedraagt hij zich ook daadwerkelijk zo. Het is een heerlijk optreden en zijn aanwezigheid voegt veel toe aan de film – op een soort leedvermaakmanier althans.

Minstens net zo belangrijk als de menselijke personages zijn de xenomorphs. Zoals al gezegd slaat het nergens op dat deze wezens überhaupt weer leven, maar voor de gelegenheid had regisseur Jean-Pierre Jeunet ze op spectaculaire wijze nieuw leven ingeblazen. De Aliens zagen er nooit zo goed uit en we krijgen alle soorten te zien van Facehuggers tot de Alien Queen. Speciaal voor deze film had men ook een hybride mens-Alien geïntroduceerd, welke er geweldig uitziet en zeker iets grotesks toevoegt aan het simpele verhaal.

Alien – Resurrection bewijst dat een film gemaakt om alle foute redenen alsnog leuker kan zijn dan een film waar serieus moeite voor is gedaan. Het toont ook aan dat een actiefilm meer is dan de optelsom van een absurd verhaal, gebrek aan bestaansrecht en een paar irritante personages. Het is een simpele film, die wordt gedragen door de Aliens, Ripleys constante commentaar en komisch acteerwerk van acteurs als Perlman en Brad Dourif.

Ook Resurrection heeft een Special Edition gekregen, die net zoals de andere films in de reeks ook op Blu-Ray is te krijgen. De film ziet er zonder meer goed uit op Blu-Ray, maar de Special Edition voegt verder heel weinig toe. Dat hoeft ook niet, want in tegenstelling tot in Aliens zouden extra scènes de toon van de film toch niet veranderen en het verhaal is ook niet zo mank als in Alien3 dat het verdere uitleg nodig heeft.

Strikt als vervolg op Alien3 genomen is Resurrection meer dan een aanfluiting. Het idee om 200 jaar later Ripley te klonen is belachelijk, net zoals het feit dat de nieuwe Ripley DNA deelt met de xenomorphs. Tel daarbij op het puberale gedrag van de alleswetende Call en je hebt een recept voor een geheide flop. Gelukkig verrast de film door simpelweg vermakelijk te zijn. Acteurs hebben leuke teksten, de actie is prima en de special effects zijn uitstekend. Dat konden we niet van Alien3 zeggen, dus wat dat betreft was Resurrection al een grote stap in de goede richting.

[Alien Resurrection – Special Edition | Blu-Ray | Regio: 2]

1 reactie

Opgeslagen onder Cinematiek!

Een Reactie op “De mooiste vlinder aan boord

  1. Pingback: Een zwervende vuilnisman | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s