Het DaVinci Debacle

The DaVinci Treasure (2006) is zonder twijfel een bijzondere film. Niet alleen is het een van The Asylums slapste aftreksels, maar het is ook een Lanceploitation film. Wie zich waagt aan deze film van de makers van klassiekers als Titanic 2 (2010) en Snakes on a Train (2006) zal gevaarlijk dicht bij het dieptepunt in moderne cinema komen.

Ondanks de constante aandacht voor de DaVinci Codex heeft The DaVinci Treasure verdacht weinig te maken met die andere film. Het draait geheel om de vete tussen antropoloog Michael Archer (C. Thomas Howell) en archeoloog John Coven (Lance Henriksen). Beide mannen leiden een stuk spannender bestaan dan hun beroepen doen vermoeden: ze zijn niet vies van stelen, inbreken, mishandelen en zelfs vermoorden. Dit omdat ze op zoek zijn naar de schat van DaVinci, die eigenlijk helemaal niet zijn schat is.

Helaas is de film bij lange na niet zo spannend als mijn opsomming hierboven doet vermoeden. The DaVinci Treasure komt namelijk niet alleen op alle fronten te kort, het bereikt nieuwe dieptepunten. Zo probeert regisseur Peter Mervis de kijker wijs te maken dat de personages tijdens de film in Engeland, Italië en Afghanistan komen, maar dit wordt nooit geloofwaardig gecommuniceerd. De mensen in Italië praten veel te goed Engels en tijdens een achtervolgingsscene in Londen zie je duidelijk dat het beeld gespiegeld is. Dat er alleen maar een Amerikaanse bolide in een dorpje in Afghanistan voor handen is, is natuurlijk al helemaal ongeloofwaardig. En als de acteurs zich ergens binnen begeven zijn de ramen altijd afgedekt. Hoezo in een studio opgenomen?

Geografie is helaas het minste van deze films problemen. Archer reist de halve wereld over, maar de enige reden hiervoor is zijn twijfelachtige interpretatie van de DaVinci Codex. Hij doet dit samen met een bevriende theologe (Nicole Sherwin), die hem uiteraard uit de brand helpt zodra hij zelf de raadsels niet meer op kan lossen. Telkens als ze een doorbraak maken verschijnt Coven op magische wijze om het feestje te verpesten. Henriksen lijkt vooral zichzelf te spelen in deze film, want zijn personage is nauwelijks te onderscheiden van zijn optreden in Hard Target. Dit is op zich niet erg, maar een acteur als Henriksen drukt dusdanig op het budget dat zijn scènes op een hand te tellen zijn. Als je film voor 5% uit the best of Lance Henriksen bestaat en 95% uit een saaie en ongeloofwaardige puzzel dan kan je ‘m net zo goed niet maken.

Speciale vermelding gaat uit naar de special effects en editing. Beide zijn zo slecht dat ze afbreuk doen aan een toch al slechte film. Wanneer Archer iets belangrijks ziet dan wordt dat aan de kijker gecommuniceerd door het object op te lichten. Dit ziet er niet alleen amateuristisch uit, maar het helpt ook niet aangezien het vaak religieuze relikwieën betreffen die zonder context toch niet correct geïnterpreteerd kunnen worden. Scènes zijn vaak ook nog eens kort ge-edit, zodat je af en toe het idee hebt of je naar een spastische diavoorstelling zit te kijken. Het enige special effect dat ze niet hebben verpest  is de haarverf van Henriksen.

De belichting komt vaak over alsof het door een groepje studenten is gedaan en je krijgt nooit het gevoel dat de acteurs ooit de studio hebben verlaten tijdens de opnames. In een poging om de actie scènes dynamischer te laten lijken hebben de makers veelvuldig gebruik gemaakt van de shaky cam. Dit is de epileptische slagroom op een taart van slechte visuele keuzes.

De kijker moet het vooral hebben van de sporadische momenten dat Henriksen in beeld is. Hij heeft een klassiek Lanceploitation moment als hij een antiekhandelaar in elkaar aan het beuken is en nonchalant een sigaret verkeerd om in z’n mond stopt en meteen weg gooit. Aan het einde van de film is hij er natuurlijk bij als het personage van Howell de schat vindt, en in een kamer vol met olie steekt hij nog doodleuk een sigaretje op. Bonuspunt krijgt Henriksen van mij voor zijn foute oorbel.

Omdat Henriksen maar enkele scènes in de film heeft ligt de druk eigenlijk geheel op de schouders van Howell en Sherwin. Helaas voor de kijker had Howell ten tijde van de opnames last van een blindedarmontsteking, hetgeen je ook aan de arme man af kan zien. Hij draagt de hoed van inbreker, actieheld en coureur, maar geen van allen past hem al te goed. Sherwin moet het meer hebben van haar aangename decolleté dan haar religieus getinte commentaren.

The DaVinci Treasure is het soort film dat je op SciFi Channel ziet. Pijnlijk detail voor Henriksen fans is dat hij ondertussen niet alleen in meerdere SciFi films is te zien, maar ook in een andere Asylum productie (Pirates of Treasure Island staat hoog op mijn must see lijst). Het is dat ik weet dat hij in een Uwe Boll productie speelt, anders was dit voor mij het dieptepunt in zijn carrière geweest.

Henriksen is evident het soort acteur dat graag in films onder zijn niveau speelt. Zolang hij een grote bijdrage levert en dit op zijn eigen manier doet geeft dit niet, maar hij zit simpelweg te weinig in The DaVinci Treasure om dit voor zelfs de grootste Lanceploitation fan de moeite waard te maken. De DVD conversie van ARS Entertainment – what’s in a name? – is competent, maar waarom zou je überhaupt willen kijken? Vermijd deze rotzooi!

[The DaVinci Treasure | DVD | Regio: 2]

3 reacties

Opgeslagen onder Cinematiek!

3 Reacties op “Het DaVinci Debacle

  1. Pingback: Lijdzaam toekijken | patraversus

  2. Pingback: Afzien in groepsverband | patraversus

  3. Pingback: Het einde der tijden | patraversus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s